Stade Advies BV

 
Home | Producten | Cursussen | Organisatie | Uitgaven
Toekomst voor de jeugd
Samenwonen in een vitale omgeving
Maatschappelijk perspectief
Regie over eigen leven
Regisserend openbaar bestuur
Beleidsgestuurde contractfinanciering
Aanbestedingstrajecten
Interactieve beleidsontwikkeling
Kerntakendiscussie en sociaal bezuinigen
Analyse 120 coalitieakkoorden
Productief partnerschap als speerpunt in Welzijn Nieuwe Stijl
Ons 3T model voor de transities AWBZ, Jeugdzorg en WWnV
Toelichting op het T3 model
Ondernemend organiseren
        Home > Producten > Regisserend openbaar bestuur > Toelichting op het T3 model        
       

Toelichting op het T3 model

 

Naar aanleiding van de publicatie en presentatie door Stade Advies van de eerste schets van het T3 model voor de integrale aanpak door gemeenten van de transities van AWBZ, Jeugdzorg en WWnV, hebben ons een aantal vragen en opmerkingen bereikt. Op deze vragen geven we in deze reactie antwoord. Ons model evolueert dagelijks d.m.v. confrontatie met het veld. Wij hopen van harte dat u uw kritische reflecties met ons blijft delen.

 

De vragen en opmerkingen:

 

1. Hoe vroeg zou er op een geïntegreerde aanpak moeten worden ingespeeld om de bureaucratie terug te dringen?

Vanuit het oogpunt van bureaucratiebeperking kan er niet vroeg genoeg worden begonnen met een geïntegreerde aanpak. Elk van de drie transities wordt nu al gekenmerkt door grote bureaucratische processen. Naarmate we dat langer laten voortduren ontstaan er voortdurend nieuwe regels en processen die allemaal weer onderdeel van een geïntegreerde aanpak zouden moeten worden.

Anderzijds is het ook realistisch om te bezien wat haalbaar is. Bureaucratie is hardnekkig, zeker ook in de beleidsterreinen WMO, Jeugdzorg en WWnV. Onze aanpak is snel te beginnen maar niet in één keer het complete proces optuigen. Met name een centrale geïntegreerde intake kan helpen bureaucratie te voorkomen of terug te dringen. Daar kan dan ook de start van een geïntegreerde transitie plaatsvinden. Daarnaast is het een idee om belemmerende zaken/procedures op te sporen en te verzamelen en waar mogelijk te veranderen.

 

2. Wie bepaalt hoe de intaker er uit gaat zien en hoe?

Naar ons oordeel bepalen de klant en de klantvraag dat in hoge mate. Er is veel kennis en inzicht in de klantvragen vanuit de diverse beleidsterreinen. Een intaker lijkt ons een generalistische professional die op HBO niveau is geschoold. Er zijn bij diverse hogescholen modules in ontwikkeling ten behoeve van bij – en nascholing van huidige welzijnswerkers, maatschappelijk werkers, etc. voor de invulling van het vak van intaker.

Natuurlijk heeft de facto de subsidiegever hier ook veel over te zeggen (wie betaalt bepaalt ook voor een deel), maar onze ervaring leert dat veel gemeenten zeer open staan voor een dergelijke professionele invulling van het vak van intaker.

 

3. Eén gezin, één plan als basisgedachte!

Deze hartenkreet delen we volledig, maar dan moet het wel echt gaan om een plan van aanpak dat alle leefgebieden omvat. Ons idee van geïntegreerde intake en geïntegreerde besluitvorming en uitvoering is mede daarop gebaseerd. Wel is het zo dat soms specialistische vormen van support en uitvoering nodig zijn (specifieke begeleiding en diagnose bijvoorbeeld).

 

4. Hoe verhoudt een intake en een loket zich met het Klant Contact Centrum en met het Centrum voor Jeugd en Gezin?

Stade hoedt zich verzeild te raken in een lokettendiscussie. Wat ons betreft is concurrentie tussen de loketten niet nodig. Ons pleidooi voor een geïntegreerde intake vanuit een “sociaal team” gaat niet zozeer uit van één loket als wel van één locatie. Als gemeenten behoefte hebben andere loketten te blijven inzetten dan is dat een keuze die gerespecteerd kan worden. Vanuit het sociale huisartsenmodel is ons intaketeam daar waar de vraag is. Dat verschilt per situatie. Een CJG kan integreren met een sociaal team bijvoorbeeld. Dat hangt af van waar dat CJG zit en hoe vanzelfsprekend de toegang tot dat CJG is; datzelfde geldt voor een KCC. Het is dus belangrijk om verbindingen te leggen tussen een sociaal team en de verschillende loketten in de gemeente.

 

5. Inzet sociaal netwerk is al maximaal, overbelasting dreigt. Hoezo daar nog meer beroep op doen?

Op zichzelf is de constatering dat het sociaal netwerk al maximaal belast is subjectief. Wij zijn ook niet degenen die zullen zeggen waar een grens ligt op dat punt; dat gaat altijd in samenspraak met de klant, de burger zelf. Daarom is een professionele intake ook zo noodzakelijk.

 

6. Niet alleen integraliteit op het moment van vraag naar uitvoering, maar ook in een goede ketenopvolging (zie het huidige gat na de jeugdzorg)!

In ons artikel gaan we ook uit van een geïntegreerde uitvoering. De vraag of dat altijd een keten is van uitvoering laten we nu even terzijde, dat is ook een kwestie van waarneming. Maar inderdaad is geïntegreerde uitvoering voorwaarde voor het voorkomen van gaten in de diverse transities en decentralisaties.

 

 

Johan Kruithof

Stade Advies

(06) 53 21 51 38

j.kruithof@stade.nl

5 december 2011

 

 

 

klik hier voor de pdf versie van dit artikel

       

Actueel

Praktijktraining social media voor wijkprofessionals
Toelichting op het T3 model
St@dium e-zine 2012-2 Februari

 

Home  | Print | Site Map | advies@stade.nl