Toelichting op het T3 model
Naar aanleiding van de publicatie en presentatie
door Stade Advies van de eerste schets van het T3 model voor de integrale
aanpak door gemeenten van de transities van AWBZ, Jeugdzorg en WWnV, hebben ons een aantal vragen en opmerkingen bereikt.
Op deze vragen geven we in deze reactie antwoord. Ons model evolueert dagelijks
d.m.v. confrontatie met het veld. Wij hopen van harte dat u uw kritische
reflecties met ons blijft delen.
De
vragen en opmerkingen:
1. Hoe vroeg zou er op een
geïntegreerde aanpak moeten worden ingespeeld om de bureaucratie terug te
dringen?
Vanuit het oogpunt van bureaucratiebeperking kan er
niet vroeg genoeg worden begonnen met een geïntegreerde aanpak. Elk van de drie
transities wordt nu al gekenmerkt door grote bureaucratische processen.
Naarmate we dat langer laten voortduren ontstaan er voortdurend nieuwe regels
en processen die allemaal weer onderdeel van een geïntegreerde aanpak zouden
moeten worden.
Anderzijds is het ook realistisch om te bezien wat
haalbaar is. Bureaucratie is hardnekkig, zeker ook in de beleidsterreinen WMO,
Jeugdzorg en WWnV. Onze aanpak is snel te beginnen
maar niet in één keer het complete proces optuigen. Met name een centrale
geïntegreerde intake kan helpen bureaucratie te voorkomen of terug te dringen.
Daar kan dan ook de start van een geïntegreerde transitie plaatsvinden.
Daarnaast is het een idee om belemmerende zaken/procedures op te sporen en te
verzamelen en waar mogelijk te veranderen.
2. Wie bepaalt hoe de intaker er uit gaat zien en hoe?
Naar ons oordeel bepalen de klant en de klantvraag
dat in hoge mate. Er is veel kennis en inzicht in de klantvragen vanuit de
diverse beleidsterreinen. Een intaker lijkt ons een
generalistische professional die op HBO niveau is geschoold. Er zijn bij
diverse hogescholen modules in ontwikkeling ten behoeve van bij – en nascholing
van huidige welzijnswerkers, maatschappelijk werkers, etc. voor de invulling
van het vak van intaker.
Natuurlijk heeft de facto de subsidiegever hier ook
veel over te zeggen (wie betaalt bepaalt ook voor een deel), maar onze ervaring
leert dat veel gemeenten zeer open staan voor een dergelijke professionele
invulling van het vak van intaker.
3. Eén gezin, één plan als basisgedachte!
Deze hartenkreet delen we volledig, maar dan moet
het wel echt gaan om een plan van aanpak dat alle leefgebieden omvat. Ons idee
van geïntegreerde intake en geïntegreerde besluitvorming en uitvoering is mede
daarop gebaseerd. Wel is het zo dat soms specialistische vormen van support en
uitvoering nodig zijn (specifieke begeleiding en diagnose bijvoorbeeld).
4. Hoe verhoudt een intake en een
loket zich met het Klant Contact Centrum en met het Centrum voor Jeugd en
Gezin?
Stade hoedt zich verzeild te raken in een
lokettendiscussie. Wat ons betreft is concurrentie tussen de loketten niet
nodig. Ons pleidooi voor een geïntegreerde intake vanuit een “sociaal team”
gaat niet zozeer uit van één loket als wel van één locatie. Als gemeenten
behoefte hebben andere loketten te blijven inzetten dan is dat een keuze die
gerespecteerd kan worden. Vanuit het sociale huisartsenmodel is ons intaketeam
daar waar de vraag is. Dat verschilt per situatie. Een CJG kan integreren met
een sociaal team bijvoorbeeld. Dat hangt af van waar dat CJG zit en hoe
vanzelfsprekend de toegang tot dat CJG is; datzelfde geldt voor een KCC. Het is
dus belangrijk om verbindingen te leggen tussen een sociaal team en de
verschillende loketten in de gemeente.
5. Inzet sociaal netwerk is al maximaal,
overbelasting dreigt. Hoezo daar nog meer beroep op doen?
Op zichzelf is de constatering dat het sociaal
netwerk al maximaal belast is subjectief. Wij zijn ook niet degenen die zullen
zeggen waar een grens ligt op dat punt; dat gaat altijd in samenspraak met de
klant, de burger zelf. Daarom is een professionele intake ook zo noodzakelijk.
6. Niet alleen integraliteit op het
moment van vraag naar uitvoering, maar ook in een goede ketenopvolging (zie het
huidige gat na de jeugdzorg)!
In ons artikel gaan we ook uit van een geïntegreerde
uitvoering. De vraag of dat altijd een keten is van uitvoering laten we nu even
terzijde, dat is ook een kwestie van waarneming. Maar inderdaad is
geïntegreerde uitvoering voorwaarde voor het voorkomen van gaten in de diverse
transities en decentralisaties.
Johan Kruithof
Stade Advies
(06) 53 21 51 38
j.kruithof@stade.nl
5 december 2011
klik hier voor de pdf versie van dit artikel